Het koekjesdilemma: Wat moet ik doen? Dilemmakaarten geven antwoord

dilemmakaartenNee, het zal in alle opzichten tegenvallen.
Ja, dit is het moment.
Nee, het zal je ongelukkig maken.
Ja, het zal je genezen.

De ja-maar dilemmakaarten lossen elk dilemma op een grappige manier op. Zo wordt leren wat dilemma’s is een stuk leuker.

De ja-maar dilemmakaarten is een set van 78 kaarten waarop ‘ja’ antwoorden en ‘nee’ antwoorden staan, elk met een andere reden. Als je niet weet wat je in een bepaalde situatie moet doen, kan de kaartenset je helpen. Heel simpel: door een kaartje te trekken. Op het kaartje staat dan wat je moet doen. De antwoorden kunnen grappig zijn, en soms toevallig heel wijs. Zo heb je een leuke afsluiting van een les over dilemma’s.

Zin in een koekje

Behalve leuk afsluiten kun je deze les ook leuk beginnen, met koekjes. Zet, voordat de kinderen terugkomen van de pauze, een schaal koekjes op een opvallende plek in de klas. Ga vervolgens zelf heel geconcentreerd iets anders doen. Je doet alsof je niet door hebt wat er gebeurt bij de koekjes maar ondertussen hou je het goed in de gaten. Pakt iemand een koekje? Staan er kinderen te twijfelen bij de schaal?

Na een paar minuten begin je met de les door te vragen wie er overwogen heeft een koekje te pakken en waarom.

Alle kinderen die twijfelden, hebben voor een dilemma gestaan: Pak ik wel of geen koekje? Eva legde het zo uit: “Als je er een pakt is je zin in koekjes bevredigd maar je hebt ook het gevoel dat je iets stouts doet. Als je het niet doet, voel je je braaf maar heb je niet dat lekkere koekje.”

Dankzij de koekjes weet iedereen nu wat een dilemma is. Vraag de kinderen vervolgens een dilemma op te schrijven, eentje waar ze nu mee zitten of als er nu niks speelt iets waar ze recent over twijfelden.

Wat voorbeelden van dilemma’s van kinderen

“Ik mag van mijn ouders geen GTA spelen, maar ik wil het ontzettend graag. Mijn vriendje heeft het spel. Dus ik zou het zo kunnen spelen. Zal ik dat doen?”

“Ik moet mijn opa helpen met boodschappen doen maar ik heb daar helemaal geen zin in. Het zou wel heel aardig zijn om te doen en opa is al oud en kan het zelf niet meer goed. Toch ga ik veel liever voetballen. Maar dat is misschien wel gemeen. Maar ik heb gewoon echt geen zin. Zal ik dan maar gewoon gaan voetballen?”

“Ik moet elke dag van mijn moeder een kwartier lezen want ik ben daar niet zo goed in. Ik heb er nooit zo’n zin in dus vaak jok ik dat ik het gedaan heb. Maar dan voel ik me toch wel een beetje stom. Toch ben ik dan ook blij dat ik niet heb gelezen. Moet ik door blijven gaan met liegen?”

Als iedereen zijn dilemma heeft opgeschreven mogen de kinderen om de beurt een antwoord uit de set kaarten trekken.

Welke antwoorden kregen deze kinderen van de ‘Ja-maar’ kaartenset?

Nee, het zal je teveel energie kosten
Nee, het is ondoordacht
Ja, je bloed zal er sneller van stromen

Met deze les eindig je als leerkracht trouwens wel zelf met een dilemma, namelijk: Moet je nu de koekjes uitdelen? Helaas voor de kinderen trok ik het kaartje: Nee, het is niet je diepste verlangen. 

Doelgroep: groep 5 t/m 8


Je kunt de koekjes ook gebruiken om te gaan filosoferen. Lees hier een filosofisch gesprek naar aanleiding van het koekjesdilemma.

Inspireer anderen!


Geef een reactie