Hogere orde denken: Hoe kan jouw provincie meer toeristen trekken?

verwonderingskaartjesAls je een som maakt, is hij goed of fout. Als je een woord spelt, is het goed of fout. Kinderen hebben een groot deel van de schooldag te maken met opdrachten die ze of goed of fout maken. Het is dan ook niet gek dat kinderen erg gefocust op goede en foute antwoorden. Maar als mens heb je natuurlijk ook te maken met dingen waarbij goed of fout geen (grote) rol speelt. Zoals bij het ontwerpen van een (lego)huis of het bedenken van een recept voor een taart. Het is belangrijk dat kinderen ook met deze openheid leren omgaan. Dat kan met de verwonderingskaartjes van Onderwijsmetstijl.nl.

Creëren, evalueren en analyseren

Op de verwonderingskaartjes staan vragen die de hogere orde denkvaardigheden van Bloom aanspreken, namelijk: creëren, evalueren en analyseren. De vragen zijn allemaal ingedeeld bij een van deze drie vaardigheden door een symbooltje. Deze indeling is wat discutabel want bij de meeste vragen gebruik je een combinatie van die vaardigheden.

Zo is de vraag ‘Hoe maak je iets waarmee je je stem versterkt?’ gelabeld met ‘creëren’. Maar je zoekt bij het bedenken van een antwoord eerst naar mogelijkheden (analyseren), dan kijk je welke de beste is (evalueren) en dan pas bedenk je hoe je dit kunt maken.

De vraag ‘Wat zijn de tien belangrijkste uitvindingen van de mens?’ is gelabeld als analyseren maar behalve het verzamelen van belangrijke uitvindingen bedenk je ook criteria om een rangorde aan te brengen en breng je deze rangorde vervolgens aan, dan ben je dus aan het evalueren. Als je jouw rangorde bovendien leuk wilt presenteren ben je ook nog aan het creëren.

Kortom die vaardigheden lopen door elkaar heen, en de opdrachten spreken eigenlijk bijna allemaal alle hogere orde denkvaardigheden aan.

Variatie

De kaarten leveren dan ook een hoop leuke opdrachten op om kinderen creatief te laten denken en bezig zijn. De opdrachten zijn ook nog eens lekker gevarieerd; zo moet je soms commercieel denken (hoe kan jouw provincie meer toeristen trekken?), moet je soms experimenteren (kan een plantje ook groeien in koffieprut?), moet je soms je innerlijk onderzoeken (waar kan je jaloers op zijn?), of juist het innerlijk van een ander (hoe kun je ogen aan de zijkanten van je hoofd ervaren?) en soms moet je eerst informatie verzamelen (Met welk vervoersmiddel kom je van jouw woonplaats het snelst in Engeland?).

Kortom, een leuke aanwinst voor in de klas om het creatieve denken te stimuleren. Het is aan te raden om bij elke kaart eerst zelf te bedenken wat de kinderen moeten doen om de vraag te kunnen beantwoorden. Moeten ze informatie verzamelen, criteria opstellen, een experiment doen, etc.  Zo kun je ze een beetje op weg helpen. Al zal het ook zo zijn dat ze naarmate ze meer ervaringen met dit soort opdrachten hebben, ze minder tips nodig hebben.

Hier kun je de kaartjes kopen.

Doelgroep: groep 5 t/m 8

Lees ook: Goed of fout? Dat zit goed fout in het onderwijs

Inspireer anderen!


Geef een reactie